Wat gaat mijn kind leren?










Wat gaat mijn kind er leren?

De onderbouw
De groepen 1 en 2
De kleuters werken altijd in de stamgroep, zoveel mogelijk naar eigen aanleg, tempo en interesse. Elk lokaal heeft een aantal ‘hoeken' zoals de puzzelhoek, bouw/constructie-hoek, spelhoek, water/zandtafelhoek, verfhoek, leeshoek, computerhoek, etc. In de klas besteden we veel aandacht aan de dingen, de mensen en gebeurtenissen om ons heen. Op die manier verkennen we de wereld waar we ons in bevinden. Belangrijk voor kleuters is, dat ze zoveel mogelijk zelfredzaam worden. Belangrijk is ook dat ze zichzelf goed verstaanbaar kunnen maken. Dagelijks richten we dan ook onze aandacht op deze ontwikkelingen.Bewegen staat elke dag op het programma. Dat gebeurt in de klas, op het schoolplein en in het speellokaal. Plezier in het bewegen staat centraal. Kleuters die daar aan toe zijn, kunnen beginnen met voorbereidend lezen en rekenen. Dit noemen we ‘oudstenwerk'. Hierbij maken we voor het lezen gebruik van Mini-loco, begrippentaal, Keerom, Schatkist taal, Plaat-woorddomino, leesboeken, gedichtenbundels en computerprogramma's. Voor het rekenen gebruiken we spelletjes zoals ganzenbord, telclown, teldomino, schatkist rekenen, rekenpuzzels en computerprogramma's.

De middenbouw

De groepen 3/4/5
In groep 3 leren de kinderen lezen. Wij werken met de methode ‘Veilig leren lezen'. De leesmethode loopt parallel aan de schrijfmethode, elke letter die de kinderen leren lezen, leren ze ook schrijven. Daarnaast gaan de kinderen rekenen. Tijdens de eerste maanden besteden wij veel aandacht aan het leren van rekenbegrippen: erbij, eraf, evenveel en dergelijke. Verder leren de kinderen sommetjes maken tot 10. Aan het eind van het schooljaar maken de leerlingen sommetjes tot 20. In groep 4 lezen de kinderen vier keer per week een half uur. Ze kunnen kiezen uit bibliotheekboeken, speurneuskaarten, strips, prentenboeken en tijdschriften. Ze oefenen hun technisch lezen en ze ontdekken hoe leuk lezen is. Het schrijfonderwijs richt zich op het aan elkaar schrijven en er wordt een begin gemaakt met het leren schrijven van de hoofdletters. Het rekenonderwijs richt zich op het rekenen tot 100 en het oefenen van de tafels 1 tot en met 10. Ook werken we aan rekenen met tijd en geld, klokkijken en hoofdrekenen. Nieuw in groep 4 is spelling, taal, en begrijpend lezen. In de stamgroepen krijgen de kinderen bewegingsonderwijs. Andere vakken zijn filosofie, techniek, wereldoriëntatie, verkeer, handvaardigheid, tekenen, drama en muziek. Ook wordt er nog regelmatig gespeeld. In groep 5 werken de kinderen steeds meer naar het zelfstandig werken toe.

De bovenbouw
De groepen 6/7/8
Zelfstandig werken en verwerken In alle groepen van de bovenbouw wordt intensief gewerkt aan het aanleren van vaardigheden die leiden tot zelfstandig werken. Vrijwel dagelijks zijn leerlingen "zelfstandig aan het werk". Ze leren om de lesstof te verwerken, ze leren vooruit te kijken en probleemoplossend te denken en handelen. Dit proces gaat in stappen en de leerkrachten helpen de kinderen daarbij. Zelfstandig verwerken van de lesstof gebeurt dagelijks in de stamgroep. De kinderen gaan aan het werk met de informatie die ze tijdens de instructieles hebben gekregen.

Vakken In de groepen 6 t/m 8 staat op het rooster: taal, technisch en begrijpend lezen, rekenen, wereldoriëntatie, verkeer, filosofie, schrijven, creatieve vorming, bewegingsonderwijs. Bij taal gaat het om spelling, ontleden, woordenschat, creatieve taal, taalstructuur en mondeling taalgebruik. Kenmerkend voor de bovenbouw is de mondelinge presentatie in de vorm van de spreekbeurt, de boekbespreking, de presentatie van een onderzoek, etc. Er wordt in de bovenbouw iedere dag gerekend. Dat rekenprogramma bestaat in ieder geval uit hoofdrekenen, cijferen, het metrieke stelsel. In groep 5 en 6 gaat het om de oriëntatie tot 1.000.000. Nieuw in groep 5/6 zijn de delingen en de grote cijfersommen. Nieuw in groep 7 zijn de procenten, de breuken en de decimale getallen. Wereldoriëntatie bestaat uit de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, kennis der natuur en techniek. We voegen er maatschappijleer en staatsinrichting aan toe als daar een aanleiding voor is. (verkiezingen, Prinsjesdag) . Een wereldoriëntatieles begint altijd met instructie. Hiervoor gebruiken we leskisten, televisielessen, gastdocenten. Soms gaan we buiten de school op onderzoek uit. We gaan dan de binnenstad in, of naar de sterrenwacht of een stadspark, enz. Groep 7 en 8 krijgt het vak Engels. We laten leerlingen op speelse wijze kennis maken met Engels aan de hand van luisteroefeningen, spreekvaardigheidsoefeningen, spelletjes en teksten. In groep 8 volgen leerlingen één keer in de week godsdienstonderwijs of humanistisch vormingsonderwijs. De keuze hiervoor is vrij, een groep moet echter uit minimaal 10 leerlingen bestaan om dit door te kunnen laten gaan. Over het algemeen volgen de leerlingen van de Statenschool humanistisch vormingsonderwijs.

Huiswerk In groep 7/8 krijgen de kinderen regelmatig huiswerk. Zo bereiden we de kinderen voor op het maken van huiswerk in het voortgezet onderwijs. Ze moeten bijvoorbeeld dicteewoorden of een topografietoets leren. Ook het voorbereiden van een spreekbeurt of een boekbespreking doen ze thuis.